Toetsen A1 Thema 3

Deze toets gaat over A1 thema 3.

Naam Email
1. Thema 3 Vervoer
a

Wat is openbaar vervoer?
2. Hoe heet iemand die een auto bestuurt?
3. Als iedereen zich aan de ......... houdt, dan gebeuren er minder ongelukken.
4. Wat betekent dit bord?
a
5. Wat is goed? (Welke zin klopt?)
6. Hoe laat is het op deze klok?
a
7. Hoe laat is het op deze klok?
a
8. Hoe laat is het op deze klok?
a
9. Welk antwoord is goed op de vraag: Hoe laat is het?
10. Je gaat vanmiddag met de trein naar Amsterdam. Welke zin is goed?
11. Er wordt gevraagd HOE je naar je werk gaat.
Waar vraagt hoe naar?
12. Er wordt gevraagd WAAR je naar je woont.
Waar vraagt waar naar?
13. Er wordt gevraagd WAAROM je naar school gaat.
Waar vraagt waarom naar?
14. Welke zin is goed?
15. Welke zin is goed?
16. Welke 'de' en 'het' woorden zijn goed?
17. Wat is het meervoud van 'de trap'?
18. Eindhoven ligt in het .............. van Nederland.
19. Duitsland ligt ten ............... van Nederland.
20. In thema 2 heb je geleerd dat een woord lettergrepen heeft. Bijvoorbeeld het woord REIZEN. Dit woord heeft twee lettergrepen: REI-ZEN.
Een woord met twee of meer lettergrepen heeft altijd een klemtoon. De klemtoon spreek je extra duidelijk uit. Bijvoorbeeld REI-zen.
Welke lettergreep van het woord 'centraal' heeft de klemtoon?
21. Welke lettergreep van het woord 'binnenkort' heeft de klemtoon?
22. Welke lettergreep van het woord 'proberen' heeft de klemtoon?
23. Welke lettergreep van het woord 'liefde' heeft de klemtoon?
24. Welke lettergreep van het woord 'oorbellen' heeft de klemtoon?
25. Op welke plaats staat het werkwoord in de volgende zin?
'Hij staat op de trein te wachten.'